1918: De familie Sellekaerts koopt het Heilig Geesthof

Posted on

1918: De familie Sellekaerts koopt het Heilig Geesthof

In 1910 wordt Angelina Vanhoven (° Kortrijk-Dutsel 19.07.1858) eigenares van de hoeve middels een gift vanwege Petrus Vanhoven. Het eigendom was toen groter dan heden, getuige de beschrijving van de verkoop van 1918:

Lot 1: Huis met aanhorigheden, genaamd “Heilig Geesthof” , wijk C, deel van nrs 112a, 113c,   114d en 115c, groot 38a.
Lot 2: land, genaamd “Mollekoten”,  wijk C, nr 97a, groot 60a 36ca;
Lot 3: land, genaamd “Dutselbroek”, wijk C, delen van nrs 117a en 118a, groot 51a 07ca;
Lot 4: land, genaamd “Bovenberg”,   wijk C, nr 234, groot  17a 06ca;

Akte verleden bij notaris De Haes, Aarschot op 11.06.1910.

15 november 1918

Op 15 november 1918 werd de hoeve door het echtpaar Michiel Van Langendonck – Angelina Vanhoven verkocht aan het echtpaar Karel Sellekaerts  – Marie Thérèse Vanderweyden, akte verleden bij notaris Armand Hollanders in Leuven. Karel (Carolus Franciscus) Sellekaerts (25.06.1865 – 20.07.1941) was afkomstig uit Wezemaal en werkte in Holsbeek als gast op een boerderij. In 1920 en 1924 werden door Karel Sellekaerts nog kleinere omliggende percelen aangekocht.

1941: nieuwe eigenaar Rik Sellekaerts

In 1941 werd M. Rik (Jules Henri) Sellekaerts bij testament van zijn vader Karel (Carolus Franciscus) Sellekaerts eigenaar van de hoeve. Rik Sellekaerts (Holsbeek, 03.06.1905 – 15.08.2001) en Louise (Angelina Ludovica) Hendrickx (Langdorp 17.01.1907 – 21.12.2005) zullen er wonen tot in 1997.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderging de hoeve enkele veranderingen. Het grote aantal kinderen noopte Rik tot het wijzigen van de indeling van de woning. De vroegere voorstal (lokaal 0.8), naast de woonkamer (lokaal 0.7), werd heringericht eerst als slaapkamer, daarna als keuken. De jongens sliepen toen in deze kamer. De meisjes sliepen in de kamer (lokaal 0.1) naast de keuken. De oude slaapkamer werd tot woonkamer omgevormd en tegen de muur werd een bakstenen schouwmantel voor de oorspronkelijke gemetst. In de keuken (lokaal 0.2) werd langs de schoorsteenmantel een scheidingsmuur opgetrokken zodat er een kleine gang ontstond.

Ook werd er op ongeveer één meter van de oude dwarsmuur een tweede muur gebouwd zodat de oude open haard met hangboezem bleef bestaan en de ruimte kon dienen als ‘smokkelkot’. Hier werden etenswaren en kostbaarheden verborgen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De helft van de dubbele schouw werd op de zolder afgebroken, zodat niets kon verwijzen naar het ‘smokkelkot’.

In de voormalige stal, nu de schuur, werd een enkele rondboogdeur verbreed tot een brede korfboogpoort zodat men er met de kar door kon. Achteraan werd de paardenstal geïnstalleerd. Verder diende deze schuur als koeienstal en opslagplaats voor hooi en stro. Het buitentoilet werd van aan de zuidzijde van het huis naar de schuur verhuisd.

Op de binnenplaats was een paardenmanege of rosmolen aangebracht. Ze was uitgerust met twee bomen zodat ze ook door mensen kon worden aangedreven. Van aan de paardenmanege  was er een cardanas aangebracht die door een gat in de grote schuurpoort naar de schuur liep waar zodat er drie toestellen mee konden aangedreven worden. De paardenmanege lag tussen de mestvaalt en de varkenskoten.

Rik Sellekaerts hield van duiven en verbouwde het voormalige slaapvertrek van de stalknecht in het dak van de poort tot duiventil. Oorspronkelijk was de ruimte toegankelijk via een vloerluik en ladder. Later maakte Rik een toegang op de zolder boven de stal via een opening in de langsmuur en een aanpassing van de dakstructuur.

In die periode werd het bakhuis in het veld afgebroken en vervangen door een bakoven tegen de zuidzijde van de varkenskoten. Deze werd in de jaren 1970 eveneens afgebroken en vervangen door een kippenhok. Pas in 1948 werd er in de woning elektriciteit gelegd. Verwarming was er niet. Men stookte met een oude stoof.

In 1985 wordt de hoeve bezocht en omstandig beschreven door de Diensten voor Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap. Er wordt voorgesteld ze te beschermen omwille van haar historische en architecturale waarde als voormalige afhankelijkheid van het Leuvense H. Geestcollege. Dit laatste is een vergeeflijke lapsus.

Beeld van de binnenkoer van het Heilig Geesthof  genomen  rond 1950 (Foto uit het archief van Gust Bosmaans).

Foto van een paardenmanege of rosmolen, in de Hensmanshoeve in St. Pieters-Rode. Deze constructie werd op de hoeve gebruikt om verschillende toestellen aan te drijven zoals: de dorsmolen, de wanmolen e.a.. Ze zijn op de meeste plaatsen verdwenen met de komst van de elektriciteit.

Het H. Geesthof rond 1950 (foto uit het Bosmans Archief).

 

Terug naar overzicht.